Shape CopyShapecancelGroupGroup Copy

Koningsdag -rare gedachten

Tijd zit me op de hielen…

Ik word wakker om 7 uur. Koningsdag. Ik haat de koning. Ik haat zijn rijkdom. Ik haat zijn mooie blauwe pak. Saaie kerel. Wat weet hij van MIJ?

Op tv naar de koning kijken, wat een idiote tijdsverspilling! Denk niet dat ik ooit mijn gezicht rood, wit, blauw verf. Ik heb geen koning. Niemand kan mijn koning zijn!

Tijd is geld. Tijd verspillen is geld verspillen. Ik wil geld zoals ieder ander normaal mens.

Wat weet de koning van geld?

De ochtend voor Koningsdag ontvingen mijn vriendinnen Rora en Jerry een ‘brief van de koning’. Ze hadden hem uitgenodigd om bij hen langs te komen op zijn verjaardag. Langs te komen bij de afgewezen asielzoekers van Amsterdam. Hij sloeg hun uitnodiging beleefd af. Beste uitnodiging ooit! Hoeveel interessanter kan zijn feestje vandaag worden? Als ik de koning zie, kan ik alleen maar denken aan zijn bankrekening! Arme kerel…

De mens zal niet bevrijd zijn voordat de laatste koning is gewurgd met de darmen van de laatste priester!’ Ik heb deze zin niet verzonnen. Hij is van de verlichte Franse filosoof Denis Diderot…

Ik was zo naïef in mijn honger naar kennis… Ik las Rousseau, John Locke, Voltaire, Thomas Paine tijdens mijn studie sociologie. Ik las ze en hoorde om me heen alleen maar hoe ‘verdorven’ ze waren, maar ze waren nu eenmaal verplichte examenkost. En waar zij ‘verdorven’ heetten, heetten anderen ‘gestoord’. Mannen als Charles Darwin, Sigmund Freud en Friedrich Nietzsche. Nietzsche was overigens niet zomaar ‘gestoord’, maar ‘ziekelijk gestoord’, ‘pervers’, ‘de duivel’.

Ik zette mijn geloof niet ‘bewust’ aan de kant. Het was een gradueel, onbewust proces. Ik wilde het niet, maar ik kon de genadeloze vragen die non-stop in mijn hoofd opkwamen niet anders verwerken, niet passen op de kant-en-klare antwoorden die ik geleerd had, tijdens mijn godsdienstlessen, op alle mogelijke metafysische vragen .

En ineens, op een dag, voelde ik dat mijn God dood was…

Ik werd lid van de ‘Rationalistische Beweging’ in mijn deelstaat, Kerala. Ik ruilde mijn ‘lidmaatschap’ van de machtige, grootste religieuze minderheid van ongeveer 210 miljoen moslims in India in voor een piepklein, massaal veracht en bedreigd clubje van niet-gelovigen, atheïsten, agnostici en humanisten. Slechts 0,24% van de 1,4 miljard mensen in India noemt zichzelf, zoals ik, een ‘vrijdenker’.

Ik ontdekte dat India een rationalistische, vrijdenkers-traditie heeft, met wortels diep in de eigen cultuur, waar ik nooit enig vermoeden van had. Ik vroeg me af wie die cultuur-misschien opzettelijk-voor mij verborgen hadden gehouden en waarom het onze vrijdenkers nooit was gelukt in India voet aan de grond te krijgen, zoals dat de helden van de Verlichting wel was gelukt in Europa.

Terwijl ik-intens gefascineerd- probeerde daarover te praten met mijn vrienden en familie, werd mij gezegd dat ik ‘op moest houden met dat gepraat of anders maar opdonderen naar Europa’.

En zo groeide in mij het verlangen naar Europa…

Er is iets met me.

Ik herinner me het gevoel van toen ik klein was, maar toen had ik het maar heel soms. Nu heb ik het al maanden non-stop: het gevoel dat de wereld om me heen in slow-motion beweegt, terwijl mijn brein schreeuwend overuren draait!

Terwijl alles en iedereen om me heen steeds verder vertraagt en zo goed als tot stilstand komt, moet ik sneller, sneller, sneller denken, handelen. Ik moet de wereld voortduwen. Anderen voeden met mijn energie. Niet zo’n irrationele gedachte, toch?
Of ben ik ziek? Draai ik door? Letterlijk…

Ik moet ergens zijn om 10 uur. Mijn fiets wil niet vooruit. Ik staar op Google Maps en kan niet vinden waar ik zijn moet. Ik zit in een nachtmerrie. Ik word GEK van mijn fiets. Ik kan beter afstappen en lopen. Ik wil een andere fiets, maar ik heb mijn fiets al drie keer omgeruild. Mijn vriend Teddy zegt dat ik gek ben, dat er niets mis is met mijn fietsen. Dat het tussen mijn oren zit…

Dus, misschien ben ik gek aan het worden. Ik ben zo nerveus; ik kan geen seconde stil zitten, rustig een film kijken of een boek lezen. Niet eens mijn eigen korte verhalen teruglezen. Ik kan niet bedenken hoe ik ooit dikke boeken las…

In Kerala, waar ik vandaan kom, zitten er bureautjes op ongeveer elke straathoek om studenten te rekruteren voor buitenlandse universiteiten. Jonge, ambitieuze mensen, zoals ik, of decadente types met rijke vaders voor wie de wereld probleemloos open ligt. Op internet, in elke krant, staan wervende advertenties: ‘Studeren in het buitenland? Wij helpen je je dromen waarmaken.
Ik wilde studeren in het buitenland. Ik wilde de beker die mij werd aangeboden tot op de bodem leeg drinken. De beker waar Europa op stond. En nadat de mensen die me in mijn eigen omgeving afwezen het zaadje in mijn hoofd hadden geplant, zag ik alleen nog maar overal die bureautjes en die advertenties.

Het agentschap regelde alles voor me: visum, ticket, inschrijving bij een goede universiteit in Riga, Letland. Ik zou psychologie gaan studeren, de wortels van de Verlichting nader onderzoeken, een promotieonderzoek doen. Alles wat ik nodig had was geld. Veel geld… Ik leende bij iedereen, mijn vrienden, mijn familie, iedereen die nog enige sympathie voor me had omdat ze zich de jongen herinnerden die ik was voordat mijn wanen me tot een vreemde voor ze maakte. ‘Ik ga werken en studeren,’ vertelde ik mijn moeder. ‘Europa past zoveel beter bij me dan de Golfstaten. Europa zal mijn leven veranderen en daarmee ook het jouwe. In Europa kan ik iemand worden.’ Ze geloofde me natuurlijk.

En toen, in Letland, was alles anders. Ik was belazerd. Ik was niet ingeschreven voor een studie psychologie, maar voor iets vaags dat te maken had met toerisme en economie. Toen ik ging rondvragen hoe dat kon, was er niemand die mij antwoord kon of wilde geven. De ‘niet-goed, geld-teruggarantie’ van het bureautje in India bestond niet. Ik had een studentenvisum voor drie maanden waar ik niet op mocht werken en was twintigduizend euro kwijt.
Ik kocht een werkvergunning voor Polen, vertrok naar Malta en uiteindelijk naar Amsterdam en hoe wanhopiger ik probeerde het geld van mijn vrienden en familie terug te verdienen, hoe verder mijn schulden opliepen…

Ik MOET mijn geld terug verdienen. Ik moet of ik heb geen bestaansrecht meer. Ik kan niet zomaar de persoon die ik geworden ben weer ‘ongedaan maken’ en ‘gewoon terug naar India gaan’. Niet na al die intens pijnlijke aanvaringen met iedereen die mij lief was en is. Ik kan geen emotionele en intellectuele zelfmoord plegen, tegen iedereen zeggen: ‘Sorry, het is niks geworden en ik heb geen cent meer’!
Elke dag, elke minuut, zegt mijn laatste restje gevoel van eigenwaarde me: ‘Ik ben geen idioot. Ik ben geen ‘loser’. Ik had gelijk dat ik naar Europa wilde. En ik ga hier niet weg want er is geen weg terug.’

Hoe kan iemand in dit Koninkrijk der Nederlanden me zeggen dat ‘geld niet belangrijk is’?
Als je me zegt ‘het gaat niet om geld’, dan haat ik je. Hoe kun je me zeggen: ‘Het gaat niet om geld’ als jij netjes elke maand al je rekeningen betaalt?

Voor mij gaat alles om geld; het geld dat ik kwijt ben. Ik wil het terug. Het kan me niet schelen van wie!
Ik wil het terug en wel snel! Ik haat het om me door een geesteloze massa te wringen die de verjaardag van zijn koning viert! Ik word er onpasselijk van! Wat doen die idioten hier überhaupt op aarde? Slow-motion zombies!

Ik moet opzoeken op internet wat me mankeert. Of ik echt tekenen van waanzin vertoon. Die rare gedachten, misschien zijn het wanen? Ik tik in: ‘slow motion gevoel’.

Heleboel hits!

Ik lees: ‘Als het lichaam en het zenuwstelsel in een constante staat van semi-crisis verkeren, kunnen ze verkeerde signalen uitzenden, inclusief de vele afwijkende waarnemingen die kunnen optreden gedurende dit slow-motion angstsymptoom. (…) Dit slow motion angstsymptoom kan heel angstaanjagend zijn als je zelf niet begrijpt welke onderliggende stressfactor het veroorzaakt.

‘Een slow motion angstsymptoom’!
Wow…. Een mens kan wat hebben!

Lees verder: Hoe kom ik van dit slow motion angstsymptoom af?
Ik lees niet verder.

Ik ken de onderliggende stressfactor.
Geef me mijn geld terug en ik ben genezen.

Geef me mijn geld terug en ik kan terug naar huis.

Hijasul

Waar kun je nog vluchteling zijn?

Lees meer