Shape CopyShapecancelGroupGroup Copy

EINDE 24-UURS OPVANG; het verhaal van Emmanuel

‘De hele tijd vraag ik me af hoe het verder moet. En dan denk ik: ik ben nu al negen jaar ziek. Ik kan er niets aan doen dat ik ziek ben geworden. Ik kan er ook niets aan doen om beter te worden.

Wat verwachten ze van mij? Ik kan alleen maar dood gaan.’

Tekst: Jonneke van Wierst

Amsterdam, 13 juli 2016

Nierpatiënt Emmanuel (48) zit op de rand van zijn bed in de Daalburgh, de gemeentelijke 24-uurs opvang voor ongedocumenteerden die –volgens de strenge maatstaven die de GGD hanteert- te ziek of te kwetsbaar zijn om gebruik te maken van de BBB-instellingen. In die Bed-Bad-Brood voorzieningen biedt de gemeente Amsterdam van 4 uur ’s middags tot 9 uur ’s morgens nachtopvang aan alle ongedocumenteerden. Maar voor opvang in de Daalburgh geldt een plicht om ‘mee te werken aan terugkeer’. Dit heeft de gemeente vorig jaar bepaald in het ‘Programma Vreemdelingen’.

Mensen die te ziek zijn of waren om overdag op straat te leven werd dag- en nachtopvang geboden voor maximaal 12 maanden. In die 12 maanden moesten zij dan een ‘oplossing’ vinden voor hun juridische status: een verblijfsvergunning of terugkeer. Emmanuels jaar ging in op 7 augustus 2015. Over minder dan een maand is het voorbij.

Doodvonnis

Emmanuel kwam in 2012 naar Nederland. Hij logeerde telkens ‘een paar weken hier en een paar weken daar’ voor hij een plaats kreeg in de 24-uurs opvang. ‘Het afgelopen jaar is mijn conditie aanzienlijk verbeterd dankzij het feit dat ik 24-uurs opvang heb gekregen en daarmee mijn eigen bed, rust en de mogelijkheid om voor mezelf te koken. Mijn bloeddruk is gedaald. Ik slik mijn medicijnen in lagere doses. Maar ik ben niet in staat geweest om in dit jaar een juridische oplossing te verzinnen voor de situatie waarin ik zit. Daarvoor valt namelijk geen oplossing te bedenken. In Nigeria kan ik de dialyses die ik nodig heb niet betalen. Als ik zou tekenen voor terugkeer zou ik mijn eigen doodvonnis tekenen. En ik wil leven. Het is de reden waarom ik hier ben. Nooit in mijn leven had ik bedacht om naar Europa te gaan totdat ik ziek werd en iemand me zei dat ik in Nederland genezing kon vinden.’

Emmanuel was 39 toen hij ziek werd. ‘Ik had mijn leven op de rails, had een vaste baan in een tapijtfabriek, was net getrouwd en wilde graag kinderen.’ Hij woonde in Imo, een staat in Zuid-Oost Nigeria. Er was één ziekenhuis in Imo. Hij kreeg injecties tegen malaria maar werd niet beter. Hij kreeg last van gezwollen voeten en enkels en na veel checks vertelde een arts hem dat het aan zijn nieren lag. Hij werd verwezen naar het ziekenhuis in de aangrenzende staat Abia. ‘Daar hadden ze twee dialyseapparaten. Ik had nog nooit van nierdialyse gehoord. Het idee was dat ik die dialyse zou krijgen en daarna op zou knappen.’ Hij verbleef twee weken in Abia en kreeg twee keer een dialyse. ‘Ik moest vooruit boeken en betalen. Een dialyse kostte -omgerekend- 100 euro, meer dan wat ik per maand verdiende.’

'Dan geef ik je een nier'

Terug thuis in Imo was hij drie weken later op sterven na dood. Zijn familie bracht hem opnieuw naar Abia waar hij te horen kreeg dat hij minimaal twee maar eigenlijk drie dialyses per week nodig had. Abia kon hem niet meer bieden dan één keer per week. ‘Ik vroeg de dokter ‘zeg me wat ik kan doen om te blijven leven’ en hij zei: ‘Je enige kans is een niertransplantatie’.

Ik heb één jongere broer en tot mijn verbijstering zei hij diezelfde dag nog ‘dan geef ik je een nier.’ Ik was heel erg in de war, wilde niet dat hij zijn leven voor mij op het spel zou zetten, maar hij bleef bij zijn beslissing.’

Het enige ziekenhuis in Nigeria dat wel eens een niertransplantatie uitvoerde was het St. Nicholas in Lagos, een dure privé kliniek. ‘Ik was er al snel achter dat dat financieel volstrekt onhaalbaar was, ook al bracht ik mijn eigen donor mee. De optie die overbleef was een privékliniek in India. Haast alle Afrikanen die geavanceerde medische hulp nodig hebben gaan naar India.’

Emmanuel wordt ontslagen door zijn werkgever omdat hij ziek is. Hij heeft ook bij lange na het geld niet om naar India te gaan, maar krijgt hulp van het kerkgenootschap waarbij hij is aangesloten. Er wordt een grote actie voor hem op touw gezet, een collecte bij alle aangesloten kerken. ‘Eens per week ging ik met een taxi naar de dialyse in Abia: drie uur heen, drie uur terug. Ook dat werd door de kerk voor me betaald. De details van alles wat er rondom me gebeurde ontgingen me. Ik was heel ziek, lag de hele dag op de bank en kon niet méér drinken dan één glas water per dag. Maar in juli 2009 was het geld er en zijn mijn broer en ik afgereisd naar Pune in India. Mijn moeder vond het verschrikkelijk om afscheid van ons te nemen, bang als ze was allebei haar kinderen te verliezen. Maar mijn broer was heel rustig en ook ik had het vertrouwen dat ik gezond weer thuis zou komen. Ik MOEST wel. Iedereen had gedoneerd om mij de operatie te geven die mijn leven zou redden.’

Hij overleefde en ik overleefde

‘Mijn broer heeft nu een litteken over zijn hele lichaam. Ik had me niet gerealiseerd dat het ook voor hem zo’n zware ingreep zou zijn. Ik vond het heel erg. Maar, alles ging goed: hij overleefde en ik overleefde. Zijn nier in mijn lichaam deed wat-ie moest doen en ik knapte heel snel op. Na drie maanden waren we weer thuis. Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik mijn vader heb zien huilen.’

De reis, het verblijf en de transplantatie in India hebben de gemeenschap meer dan 20.000 dollar gekost, maar iedereen in zijn omgeving is blij: Emmanuel is gered. Hij voelt zich korte tijd als vanouds. Hij wordt vader van een zoon.

Dan, na anderhalf jaar, krijgt hij opnieuw klachten. Hij gaat alsnog naar het St. Nicholas in Lagos. Het is een ziekenhuis waar alleen maar ‘rijke mensen en buitenlanders’ komen. Hij krijgt opnieuw dialyses, die hij zelf niet betalen kan. Hij realiseert zich dat hij niet opnieuw bij de kerk kan aankloppen: ‘Ze hadden geld voor me bij elkaar gebracht omdat ik met de operatie mijn leven en mijn gezondheid terug zou krijgen. Ik kon absoluut niet tegen de hele gemeenschap zeggen dat ik niet genezen was. Ziek zijn in Afrika is erg taboe-gevoelig; mensen gaan je uit de weg als je ziek bent. Ik nam wel een van de vooraanstaande mensen binnen de kerk in vertrouwen. Maar ook hij zei onmiddellijk, dat ze niet weer voor me konden collecteren om eindeloos mijn dialyses te blijven betalen.’

Een medepatiënt in het ziekenhuis in Lagos vertelt hem dat ze hem in Nederland zeker kunnen helpen. Hij is een Nederlandse Nigeriaan die een paar weken bij zijn familie op bezoek is en zijn dialyses in de kliniek krijgt. ‘Hij zei dat dialyses in Nederland gratis waren. Ik kon alleen maar bedenken dat DAT dus was wat ik doen moest: naar Nederland gaan. Ik dacht helemaal niet in termen van ‘in Nederland blijven’ of ‘asiel aanvragen’. Ik wist niet eens wat asiel was!’

Uiteindelijk helpen de vooraanstaande mensen binnen de kerk hem nog eenmaal en zorgen dat hij een paspoort met visum en een ticket naar Amsterdam krijgt. ‘Het is ongelooflijk eigenlijk dat ik zover ben gekomen. Ik denk niet dat ze zoiets ooit nog eens zullen doen als er iemand met een nierprobleem bij ze aanklopt.’

drie keer per week dialyses

Doodziek komt hij in 2012 in Nederland aan. ‘Ik dacht nog steeds dat ze me hier konden genezen en dat ik na mijn behandeling terug zou gaan naar mijn familie. Tot het moment, dat mijn arts zei dat ik misschien een tweede niertransplantatie moest overwegen. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte. Niemand in India had me verteld dat ik nabehandelingen had moeten krijgen en medicijnen om mijn broers nier gezond te houden. Ze hebben me hier gelukkig heel geleidelijk aan duidelijk gemaakt dat de nier helemaal niets meer deed. Ik denk niet dat ik de klap in één keer had kunnen verwerken. Tot op de dag van vandaag heb ik het mijn broer niet verteld.

Niemand in Nigeria weet hoe ik eraan toe ben. Dat ik hier illegaal en dakloos ben, drie keer per week dialyses krijg en mijn enige hoop op een toekomst en een enigszins normaal leven een nieuwe transplantatie is. Als ik met mijn familie bel, zeg ik alleen maar dat het goed met me gaat. Ik heb gezegd dat ik hier moet blijven voor de medicijnen en het helaas erg moeilijk is om een werkvergunning te krijgen. Mijn vrouw is van me gescheiden en een nieuw leven begonnen; ik neem het haar niet kwalijk. Mijn moeder voedt mijn zoontje op. Hij is nu zes. Mijn vader is inmiddels overleden, aan nierfalen. Er is sprake van een erfelijke component, hebben ze me in Nederland uitgelegd. Ondertussen probeer ik vanuit hier mijn broer voedings- en gezondheidsadviezen te geven om te voorkomen dat hij ook problemen krijgt. Dat is mijn grootste angst.’

Emmanuel staat in Nederland op de wachtlijst, maar kan geen donornier krijgen omdat hij geen ziektekostenverzekering heeft. Daarvoor heeft hij een verblijfsstatus nodig en die krijg hij niet omdat hij volgens de IND in Nigeria ook de zorg kan krijgen die hij nodig heeft. ‘Ze bedoelen dan dat er daar ook dialyseapparaten zijn. En dat is ook zo. Er zijn daar nierdialyseapparaten, voor rijke mensen en toeristen. Maar niet voor mij.’

Voordat hij een plaats kreeg in de 24-uurs opvang van de gemeente, zat er geen enkele regelmaat in zijn leven. ‘Ik kon me niet houden aan de dieetvoorschriften van mijn artsen, moest blij zijn met elke maaltijd die ik kreeg. Het lukte onvoldoende om tussendoor te rusten. Als ik nu de opvang uit moet, moet ik terug naar dat leven. Ik vind het moeilijk om mensen uit te leggen hoe zwaar het is om te leven met een nierziekte. Drie keer in de week dialyse. Al die medicijnen met hun bijwerkingen. Ik kan niet terug naar de straat. Echt niet…’

RECHTER: 24-UURS OPVANG OP DOKTERSVOORSCHRIFT

Lees meer

VAN DER LAAN BLOKKEERT MOTIE BBB+

Lees meer