Shape CopyShapecancelGroupGroup Copy

‘Ik dacht: ze gaan me dood maken…’

Charles (30) is geboren in Freetown, Sierra Leone.

Op 5-jarige leeftijd verliest hij zijn ouders en wordt afhankelijk van willekeurige mensen in zijn omgeving. Hij woont een tijdje in Ghana en daarna in Benin.

Een ‘zakenman’ neemt hem in juli 2008 mee naar Europa. Hij zegt Charles dat hij daar kan werken en ook studeren….

(foto: Joost van den Broek)

Tekst: Jonneke van Wierst

(Amsterdam, 14 maart 2013)

‘Hij nam me mee als zijn assistent. Hij zei ook dat ik misschien, als dat nodig leek, in Europa nog een opleiding zou kunnen volgen. Ik was overdonderd. Ik had nooit gedacht dat ik op reis zou gaan, ook nooit over zoiets gefantaseerd. Hij regelde alles. Er reisden twee jongens met ons mee die ik niet kende. Die moest hij in Nederland ergens naartoe brengen. Toen we landden zei hij mij achter de douane op hem te wachten. We zouden daarna samen doorreizen. Het is pas achteraf dat ik me heb gerealiseerd dat een deel van zijn ‘business’ waarschijnlijk een vorm van mensensmokkel of -handel betrof. Wat er ‘mis’ is gegaan, weet ik nog steeds niet, maar hij kwam niet terug. Ik heb zeven dagen en nachten tussen de transitpassagiers op Schiphol doorgebracht. Toen werd ik aangehouden door de marechaussee en om mijn papieren gevraagd. Die had ik niet want die had die man. Ze vroegen me of ik asiel wilde aanvragen. Ik wist niet wat dat was. Toen het me duidelijk werd, dacht ik: dit is niet voor mij bestemd, maar het werd me gepresenteerd als enige optie. Ik kreeg een advocaat. Ze las mijn asielrelaas en zei: ‘Nou Charles, jij gaat een hele tijd de gevangenis in!’ Vervolgens vertrok ze en ik heb haar nooit meer gezien. Ik was heel bang en overstuur, had geen idee waar ik in terecht was gekomen. Ik had nog geen stap in Nederland gezet en van mijn leven nooit iets verkeerds gedaan.’

Stemmen

‘Ik werd heel erg depressief in detentiecentrum Schiphol. In Afrika had ik af en toe wel eens stemmen in mijn hoofd gehad of het vreemde gevoel dat er iemand achter me stond of naast me lag. Toen ik werd opgesloten intensiveerden die belevingen zich in hoog tempo. De geluiden uit mijn omgeving werden explosies in mijn hoofd en ik had doorlopend last van stemmen die me aanspoorden mezelf wat aan te doen. Ik kreeg medicijnen die me totaal versuften en lag na een paar maanden bijna zeven dagen per week vierentwintig uur per dag alleen nog maar in mijn cel op bed. Als ik iets las wist ik na de volgende regel niet meer wat ik gelezen had. Als ik een gesprek met mensen voerde raakte ik na tien seconden de draad kwijt. Ik vond het heel beangstigend. Ik had dat nooit eerder gehad. Maar ik had ook nooit eerder opgesloten gezeten ’

Brief aan de directie

‘Het was heel vol in het detentiecentrum in die tijd. In elke cel zaten twee mensen en er was geen doorstroming op de afdeling. De mensen raakten steeds gefrustreerder. Het was mijn celgenoot die het idee kreeg om een brief te schrijven aan de directie en om opheldering te vragen over de situatie waarin we zaten. Het was een nette brief; er stond echt niets boos of agressiefs in. Maar er werd niet op gereageerd. Toen besloten we een sit-down staking te houden. We zijn om 5 uur ‘s middags allemaal naast elkaar op de vloer gaan zitten van de recreatiezaal en weigerden ons te laten insluiten voor de nacht. Na een tijdje viel de militaire politie binnen. Niemand verzette zich.

‘Ik werd geboeid en naar mijn cel teruggebracht, net als mijn celgenoot. Later die avond werden we van ons bed gelicht. Zonder uitleg werd ik –alleen- in een busje geduwd. Het was november en heel koud. Ik had alleen een hemdje aan en een boxershort. Ik vroeg de chauffeur waar we naartoe gingen. Hij zei telkens ‘Weet ik niet.’ Ik was heel bang, dacht dat ze me dood gingen maken. Ze brachten me naar detentiecentrum Zeist.

‘Pas toen ik uit de isoleercel kwam, ontdekte ik dat ik niet alleen naar Zeist was gebracht. Er waren nog zes anderen, ook mijn oude celgenoot. Ik was wel de enige die in de isoleercel was gezet. We werden van Zeist overgeplaatst naar Rotterdam en nog later naar Alphen aan de Rijn. Toen ik werd vrij gelaten had ik precies een jaar en een dag vastgezeten. Ik was nog steeds psychisch heel ziek. Ik wist niets van Holland, kende hier niemand. Ik had één telefoonnummer van een man uit een bezoekersgroep van Schiphol. Die heeft me toen geholpen aan onderdak en medicijnen.

Isoleercel

‘De ochtend na mijn aankomst, stonden er ineens twee mannen in mijn cel die me vanuit het niets vroegen of ik van plan was om zelfmoord te plegen. Ik dacht ‘wat is dat voor een absurde vraag om iemand te stellen vroeg in de morgen’? Ze zeiden ‘Als je geen antwoord geeft, gaan we ervan uit dat je suïcidaal bent.’

‘Ik moest me helemaal uitkleden en een scheurjurk aan. Ik werd in een isoleercel gezet. Tussen vijf betonnen muren. Het was er steenkoud en er was niets om op te zitten of liggen. Ik dacht opnieuw dat ze me dood wilden hebben en weigerde te eten voor iemand me zou vertellen waarom ik werd behandeld zoals ik werd behandeld. Misschien wilden ze me straffen –de brief was afkomstig geweest uit mijn cel- maar dat kreeg ik niet te horen. Als ik niet eet kan ik ook geen medicijnen slikken. Ik heb daar een week gezeten, als een opgesloten dier. Ik was psychotisch en het was afschuwelijk. Ik woog bijna 80 kilo toen ik er in ging en nog maar 65 toen ik eruit kwam.’

tbs-inrichting Vught

‘Een half jaar later werd ik zonder aanleiding op straat aangehouden en om mijn papieren gevraagd en kwam ik opnieuw in vreemdelingendetentie. Ditmaal op de detentieboot in Zaandam. Na twee maanden besloten de artsen dat ik naar een rustiger omgeving moest vanwege mijn ziekte. Ik werd overgeplaatst naar de tbs inrichting in Vught. Ik kwam terecht tussen gestoorde criminelen: moordenaars, verkrachters, bankrovers. Ze vroegen ‘En wat heb jij gedaan? ’Ik zei ‘Ik heb geen papieren.’ Ze waren verbijsterd. Zij hadden gewapende overvallen gepleegd, hun vrouw vermoord, dat soort dingen. Ik was gechoqueerd. Ik dacht dat ze me naar een gevangeniskliniek zouden brengen, een medische instelling waar mensen zoals ik zaten die behandeling nodig hadden. Ik dacht ‘hoe kan DIT nou weer? Waarom word IK hier naar toe gebracht? Maar er was niemand aan wie ik het kon vragen. Er zijn alleen bewakers en die zeggen ‘Ik weet niks. Ik heb niets te maken met wie ze hier naar toe brengen en waarom.’ Kortom: ik kon niet anders dan accepteren dat ik nu daar zat. Ik was machteloos. Na in totaal weer zes maanden gevangenis, werd ik opnieuw vrijgelaten, met een treinkaartje voor een dag en met medicijnen voor een week.

Nu leef ik al ruim twee jaar illegaal in de omgeving van Amsterdam. Ik heb het geluk dat veel mensen me geholpen hebben en ik krijg therapie en medicijnen via instellingen voor daklozen. Het gaat naar omstandigheden goed met me, maar toekomstplannen maken kan ik niet. Ik heb de Sierra-Leonse nationaliteit maar kan dat niet bewijzen. Ik ben geheel afhankelijk van dure medicijnen die ik in Afrika niet zomaar kan krijgen. Ik zit dus muurvast hier, ook al mag ik hier niet blijven. En ik leef doorlopend met de angst dat ik opnieuw word aangehouden en vastgezet.’

Naschrift:

Charles werd -ondanks een positief advies van het Bureau Medische Advisering van de IND- nooit een verblijfsstatus op medische gronden toegekend omdat hij zijn identiteit niet kon aantonen. Zijn ziekte verslechterde in de loop van 2014. Hij was afhankelijk van medicijnen maar raakte uit het zicht van medici, hulpverleners en vrienden. Niemand weet wat er met Charles is gebeurd.