Shape CopyShapecancelGroupGroup Copy

Helen

Een ernstig getraumatiseerde, alleenstaande Eritrese vrouw wordt kort na haar vlucht naar Europa in maart 2016 door Nederland overgedragen aan Dublin-verdragspartner Frankrijk. Maar de Franse autoriteiten sturen haar de straat op. Helen wordt slachtoffer van een ernstig misdrijf, vlucht terug naar Nederland en opnieuw verwijst Nederland haar naar Frankrijk…

Tekst: Jonneke van Wierst

(Amsterdam, 5 mei 2017)

Op zoek naar asiel in Europa

Helen vraagt in november 2015 in aanmeldcentrum Ter Apel om bescherming van de Nederlandse autoriteiten. Dat zij de verplichte dienstplicht in haar geboorteland Eritrea is ontvlucht kan zij volop bewijzen. Zij is in het bezit van een nationale identiteitskaart, foto’s van zichzelf in haar detachement en gruwelijke littekens van een even gruwelijke bestraffing die zij heeft ondergaan in dat detachement in Eritrea, ruim drie jaar daarvoor.

Maar in Nederland mag zij haar verhaal niet doen want zonder dat zij dat zelf weet, is zij het land binnen gevlogen met een door smokkelaars geregeld Frans Schengenvisum in haar paspoort. Het betekent dat Nederland, volgens de ‘Dublin’-routine, Helen op een wachtbank in het AZC plaatst en aan Frankrijk vraagt haar asielverzoek in behandeling te nemen.

Littekens

Helen wordt in Nederland gescreend op tbc, vult een standaard formulier in over haar gezondheidstoestand en verhuist vier maal van hot naar her binnen Nederland, voordat zij te horen krijgt dat zij op 22 maart 2016 aan Frankrijk zal worden overgedragen.

Dat haar gehele lichaam is bedekt met diepe, verkleefde littekens wordt vreemd genoeg door niemand gezien of opgemerkt. Pijnklachten en bewegingsbeperkingen die zij meldt bij verpleegkundigen van het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) worden weggewuifd. Eén keer regelt iemand een tubetje vaseline voor haar als zij zegt ‘pijn van littekens’ te hebben. Niemand neemt de moeite naar haar beschadigde lichaam te kijken. Als zij vertelt over haar pijn en slaapproblemen en de verpleegkundigen vraagt of ze haar littekens willen zien, zeggen die standaard dat dat niet hoeft: ‘We geloven je wel.’ Er is dus ook niemand die vraagt hoe Helen haar littekens heeft opgelopen.

Dat zij wellicht meer dan gemiddeld ‘kwetsbaar’ is ontgaat iedereen. Er wordt met geen woord over haar medische problemen gerept in de overdrachtspapieren die de marechaussee op 22 maart meekrijgt voor de Franse autoriteiten. Bij ‘Gezondheidstoestand van de over te dragen persoon’ is niets ingevuld. Alleen het vakje ‘Alle over te dragen personen ogen gezond genoeg om te reizen’ is aangevinkt.

Eritrea

Helen groeit op in de Eritrese hoofdstad Asmara, in een gezin waarvan de ouders, al voor de onafhankelijkheid van Eritrea, zich hebben aangesloten bij de Pinkstergemeente. De kerkgemeenschap wordt verboden onder het regime van dictator Isaias Afewerki. Kerkleden worden beschouwd als spionnen van de VS.

Helens vader vervult al jaren zijn ‘National Service’, de beruchte, eindeloze Eritrese dienstplicht. Hij is gestationeerd in het zuiden van het land en heeft jaarlijks slechts twee à drie weken vakantie. Het is de enige periode waarin zijn gezin hem ziet. Helens jongere broers worden na hun middelbare schooltijd ook onder de wapenen geroepen.

Na de middelbare school weet Helen haar dienstplicht lange tijd te ontlopen. ‘Ik deed wat de meeste middelbare scholieren in Eritrea doen: zo vaak mogelijk blijven zitten om te voorkomen dat ik van school af kwam.’
Ze doet bijna elke klas dubbel en verlaat school, zonder diploma, in de tiende klas: ‘Officieel heeft school in Eritrea elf klassen. Er is een twaalfde klas voor speciaal geselecteerde leerlingen die voorbereidt op een academische studie. Het zijn meestal kinderen uit regime-getrouwe families die doorstuderen.’ Met steekpenningen regelt de familie dat ze niet direct een dienstoproep krijgt.

Helen verlaat haar ouderlijk huis en duikt onder bij haar oma, waar buurtgenoten haar niet kennen. Ze blijft verder zoveel mogelijk binnen.

Eritrea: onderdrukking en eindeloze dienstplicht

ERITREA: ONDERDRUKKING EN EINDELOZE DIENSTPLICHT
(bron: VluchtelingenWerk Nederland)

Eritrea kent een van de meest onderdrukkende regimes ter wereld. Kritiek op de regering is verboden en tegenstanders worden gearresteerd. De dienstplicht, die meer dan tien jaar kan duren, is voor velen een reden om te vluchten.

WAAROM VLUCHTEN MENSEN?
Eritrea wordt ook wel het Noord-Korea van Afrika genoemd. Sinds 1993 zijn er geen nationale verkiezingen meer gehouden.

Veel mensen ontvluchten Eritrea vanwege de dienstplicht. Deze duurt officieel achttien maanden, maar kan in de praktijk oplopen tot meer dan tien jaar. Daarnaast blijft een Eritreeër tot z’n vijftigste als reservist dienstplichtig. Deserteurs en dienstweigeraars worden wreed bestraft en ook familieleden lopen het risico te worden opgepakt.
Eritreeërs mogen hun land niet verlaten zonder toestemming van de Eritrese autoriteiten. Ze moeten eerst een uitreisvisum aanvragen. In de praktijk krijgt echter bijna niemand zo’n uitreisvisum. Wie het land illegaal probeert te ontvluchten, loopt de kans te worden neergeschoten.

BELANGRIJKSTE GROEPEN WAARVOOR GEVAAR DREIGT
Kritiek op de regering wordt niet getolereerd. Critici van het regime lopen een groot risico om te worden opgepakt en slachtoffer te worden van marteling en mishandeling.
Er is geen persvrijheid, hierdoor lopen kritische journalisten gevaar.
In Eritrea worden niet alle religies erkend. Religieuze minderheden lopen hierdoor het risico te worden vervolgd.
Deserteurs, dienstweigeraars en hun familie lopen kans te worden opgepakt en mishandeld.
www.vluchtelingenwerk.nl

Eenzaam

Ze beschrijft zowel haar middelbare schooltijd als de tijd die ze bij haar oma woont als ‘eenzaam’. Op de middelbare school is ze een buitenstaander omdat het bekend is dat haar familie ‘Pente’, lid van de Pinkstergemeente, is. ‘Ik had maar één vriendin op school, die ook ‘Pentecost’ was, verder niemand.’
Ze verveelt zich bij haar oma. Slechts af en toe bezoeken haar moeder en tantes haar. Ze heeft geen boeken. Er is geen internet in Eritrea en alleen maar staatstelevisie. Haar religie is haar enige troost en lezen uit haar Bijbel haar enige tijdverdrijf.

Uiteindelijk belandt alsnog de dienstoproep bij haar moeder thuis op de mat en enige tijd daarna komen soldaten van het regime op haar ouderlijk adres langs om haar te zoeken. Ze ziet zich gedwongen naar huis terug te keren en zich te melden.

Het is begin 2011. Ze krijgt een gevechtsopleiding van een half jaar. ‘We werden behandeld als dieren en aan de lopende band geslagen met stokken als we tekenen van uitputting vertoonden of iets niet goed deden.’

Op het heetst van de dag

In het najaar van 2011 wordt zij overgeplaatst naar een ander kamp en aangesteld als kokkin voor de officieren en dienstplichtigen. ‘We waren met drie meisjes en moesten ontbijt, lunch en avondeten verzorgen en daar tussen door ook koffie en thee. We stonden ’s morgens om 5 uur op en werkten tot 11 uur ’s avonds, zeven dagen in de week. We werden geslagen als we bijvoorbeeld niet snel genoeg ergens mee klaar waren of niet uitkwamen met de ingrediënten die we voor de hele week toebedeeld kregen.’

Op een veld op de compound worden elke dag mensen gestraft. ‘Mensen werden buiten aan bomen vast gebonden en opgehangen aan hun polsen. Sommige mensen zo lang dat zij er blijvende zenuwschade in hun ledematen aan over hielden of die ledematen zelfs verloren. Mensen werden met hun polsen aan hun enkels vastgebonden en uren-, dagenlang in die positie gehouden.’

Als Helens superieur haar twee keer betrapt op het lezen uit haar bijbel moet zij zeven dagen achter elkaar op het heetst van de dag een uur lang push-ups en kniebuigingen doen. Ze herinnert zich hoe al haar spieren trilden en zij telkens instortte terwijl hij schreeuwde en haar sloeg.

(Illustraties Eritrea@onbekend)

Voor dood op de grond

In februari 2012 wordt Helen opnieuw betrapt op lezen in haar bijbel.

‘Ze hadden me verteld dat mijn baas een paar dagen weg was. Ik waande me veilig. Ik weet niet waar hij vandaan kwam, maar ineens stond hij voor me. Hij was buiten zinnen van woede. Misschien was hij onder invloed van alcohol of drugs. Het was duidelijk dat hij zich vernederd voelde omdat zijn eerdere straffen niet hadden gewerkt en ik mijn bijbel niet had weggegooid, zoals hij had geëist. Hij strafte me op een zo gruwelijke manier dat ik het bewustzijn verloor.’

Ze komt pas weer bij kennis in een militair ziekenhuis op ongeveer 30 kilometer van Asmara. Later vertellen collega’s uit het kamp haar dat ze lange tijd voor dood op de grond lag voordat ze naar een ziekenhuis werd gebracht.

Hel op Aarde

Ze verblijft twee maanden met verschrikkelijke wonden in een militair ziekenhuis. Slechts twee of drie keer kunnen familieleden haar bezoeken. De middelen in het ziekenhuis zijn beperkt. De artsen en verpleegkundigen zijn ‘ruw en onverschillig’. Bij het verschonen van de verbanden trekken ze die zonder pardon los. Haar wonden raken geïnfecteerd en gaan stinken:
‘Ze lieten duidelijk merken dat ze afkeer van me hadden. Sommige mensen waren er nog veel erger aan toe dan ik. Het was de hel op aarde. Dag en nacht gilden en kreunden de mensen van de pijn.’

Dan wordt ze genezen verklaard en naar haar moeder terug gestuurd. ‘Ik kon niet lopen en had nog steeds open wonden op mijn borst.’

Acht maanden later krijgt ze het bevel zich opnieuw te melden bij haar onderdeel en dezelfde baas die haar heeft mishandeld. Ze vlucht naar het huis van een tante.

‘Ik was heel depressief. Ik kon alleen maar ruzie met iedereen maken. Ik huilde de hele dag en vroeg me af waarom ik was blijven leven.’

Het land uit

In Juli 2013 regelt haar familie, met financiële hulp van kerkleden, dat zij met een vliegtuig naar de Soedanese hoofdstad Khartoem vliegt. ‘Fysiek ging het beter met me, maar geestelijk ging het heel slecht. Ik was heel angstig. Ik kon niet eten, niet slapen, had zelfs moeite met praten.’

Aanvankelijk is het idee dat ze, zoals zovelen, via Libië de Middellandse zee zal oversteken naar Europa. Maar ze is te zwak en kan de gedachte aan woestijnhitte en –zand in combinatie met haar pijnlijke littekens niet verdragen.

Ze gaat werken als kindermeisje bij een Eritrese familie, vrienden van vrienden. Het is een gezin dat weinig geld heeft en vier kinderen. Ze moet het hele huishouden doen: eten maken, kleding wassen, schoonmaken en voor de kinderen zorgen. ‘Het was fysiek te zwaar voor me, maar ze hadden geen compassie. Ik werd doorlopend uitgescholden.’
Ze zegt niets tegen haar familie om hen haar verdriet te besparen.

Twee jaar later heeft haar familie genoeg geld bij elkaar weten te schrapen om haar met smokkelaars naar Amsterdam te laten vliegen. Ze weet niet dat de smokkelaars een Frans Schengenvisum voor haar hebben gekocht en dat dat volgens de Dublinakkoorden betekent dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de afhandeling van haar asielaanvraag. ‘Ik wist niet dat er in Europa een land was dat Nederland heette of dat er een ‘Frankrijk’ bestond.’

Bezwaar

Ze hoort in Nederland van andere AZC-bewoners dat er in Frankrijk een groot gebrek is aan opvangplaatsen voor asielzoekers en dat één op de drie nieuwkomers er op straat terecht komt. Ze wordt angstig en haar advocaat besluit op haar verzoek de geplande transfer naar Frankrijk aan te vechten. Ze spreekt de advocaat maar één keer kort en vertelt hem niets over haar voorgeschiedenis. Ze geeft slechts aan heel bang te zijn om in Frankrijk aan haar lot te worden overgelaten.

De advocaat baseert haar bezwaar tegen de overdracht onder meer op het jaarverslag 2012/2013 van AIDA (Asylum Information Database) en het rapport van ECRE (European Council on Refugees and Exiles) waarin staat dat het ‘aannemelijk is dat in Frankrijk sprake is van een aan het systeem gerelateerde tekortkoming in de opvang van asielzoekers. (…) Opvang in Frankrijk is structureel onder de maat waardoor het leeuwendeel van de asielzoekers in Frankrijk hun asielverzoek zonder adequate huisvesting in Frankrijk dienen af te wachten.’

GROTE VERSCHILLEN ASIELBELEID IN EU LEIDEN TOT ONGELIJKHEID

vrijdag 6 september 2013
GROTE VERSCHILLEN ASIELBELEID IN EU LEIDEN TOT ONGELIJKHEID
Er is nog een lange weg te gaan naar een rechtvaardig gemeenschappelijk Europees asielstelsel, zo blijkt uit het vandaag gepubliceerde onderzoek van de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen (ECRE – waar VluchtelingenWerk Nederland deel van uit maakt) over de asielprocedure in 14 Europese landen. Het rapport toont grote verschillen rond de asielprocedure, de toegang tot huisvesting en werkgelegenheid voor asielzoekers, en het gebruik van detentie.

GROTE VERSCHILLEN
Het rapport laat zien dat de kans op bescherming en de omstandigheden waarin asielzoekers hun asielaanvraag doen behoorlijk verschilt. Het maakt voor een asielzoeker nogal uit in welk Europees land hij terechtkomt. ECRE, en ook VluchtelingenWerk, pleiten al langer voor één gemeenschappelijk Europees asielsysteem, zodat het niet uit maakt in welk land een asielzoeker bescherming vraagt. “Hoe kunnen we verwachten dat vluchtelingen de reden van hun vlucht goed kunnen vertellen als ze in sommige gevallen niet worden bijgestaan door een advocaat en een gekwalificeerde tolk, als ze moeten slapen in geïmproviseerde nederzettingen of wanneer maanden in (overvolle) detentiecentra hen psychologisch gebroken hebben?” zegt Michael Diedring, secretaris generaal van ECRE. Het rapport ‘ Not There Yet: an NGO perspective on challenges to a fair and effective common European asylum system’ beschrijft de situatie voor 14 landen in de EU.

DETENTIE
Een van de onderwerpen waar de praktijken tussen landen verschillen is detentie. Hoewel sommige EU- lidstaten, zoals Duitsland en Italië zelden asielzoekers in detentie zetten, zaten in het Verenigd Koninkrijk in 2012 meer dan 13.000 asielzoekers in detentie en houdt Malta de meerderheid van de asielzoekers die op het eiland aankomen maandenlang vast in overvolle militaire kazernes. In Griekenland worden alleenstaande minderjarige asielzoekers die de grens onrechtmatig oversteken, systematisch vastgehouden onder dezelfde condities als volwassenen. Nederland sluit alle asielzoekers op die via Schiphol ons land binnenkomen. Behalve Nederland, hanteren ook België, Denemarken, Hongarije en Griekenland grensdetentie voor asielzoekers.

OPVANG
Ook de verschillen rond opvang zijn groot. Asielzoekers in Nederland zitten tijdens hun procedure in asielzoekerscentra, en capaciteitsproblemen zijn hier over het algemeen, net als in Zweden en Polen, niet aan de orde. In Hongarije, Italië en Malta zijn de opvanglokaties te vol en in Frankrijk komt maar eenderde van alle asielzoekers in opvangcentra vanwege een gebrek aan opvangplekken. De omstandigheden voor asielzoekers in Griekenland is zeer schrijnend omdat asielzoekers daar of op straat of in gevangenissen terechtkomen. Ondanks dat het Europees Hof van de Rechten van de Mens hierover in 2011 geoordeeld heeft dat de opvangomstandigheden voor vluchtelingen daar inhumaan is, is er helaas nog weinig structureel veranderd.

AIDA
Via de website www.asylumineurope.org zullen NGO’s de asielprocedures blijven monitoren. “Het is nu tijd dat de verschillende lidstaten asielzoekers een rechtvaardige en gelijke kans geven om hun vraag om bescherming naar behoren te onderzoeken, een einde maken aan de detentie van hen die vluchten voor vervolging en vluchtelingen de mogelijkheid geven om hun leven weer op te bouwen en bij te dragen aan de samenleving”, aldus Diedring.

ACHTERGRONDINFORMATIE
‘Not There Yet : an NGO perspective on challenges to a fair and effective common European asylum system’ is gepubliceerd in het kader van AIDA (Asiel Informatie Database); een project van de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen (ECRE), in samenwerking met forum refugies – Cosi, de Hungarian Helsinki Committee en het Irish Refugee Council, met de steun van het Europees programma voor migratie en integratie (EPIM).

De database bevat informatie over asielprocedures, opvang (inclusief accommodatie en toegang tot de arbeidsmarkt) en detentie in 14 lidstaten – Oostenrijk, België, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Malta, Nederland, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk – met landenrapporten, vergelijkingen, nieuws en de verhalen van vluchtelingen en asielzoekers. Bekijk hier de video van Thommy, vluchteling uit Burundi die in Nederland in grensdetentie terecht kwam.

ECRE is een pan – Europese alliantie van 76 ngo’s die opkomt voor de rechten van alle personen die in Europa toevlucht en bescherming zoeken. Onze missie is om rechtvaardige en humane Europese beleidsmaatregelen te realiseren en de asielpraktijken in overeenstemming te brengen met het internationale mensenrechtenverdragen.

BRON: VluchtelingenWerk Nederland

De rechter verwerpt haar bezwaar. Frankrijk wordt beschouwd als een betrouwbare partner in het convenant Dublin III, waarin Europese landen onderlinge afspraken hebben gemaakt over wie er wanneer verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek.

'Wij hebben hier geen kamp'

Voordat hij haar op het vliegtuig zet, verzekert de ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) haar nog dat ‘alles goed geregeld is’ en dat ze in Frankrijk gewoon opvang krijgt zoals in Nederland.

Maar niemand wacht haar op als ze in een Zuid-Franse stad uit het vliegtuig stapt. De copiloot van het KLM-toestel dwaalt met haar over het vliegveld tot hij een politieagent vindt. Hij geeft hem Helens papieren en draagt haar aan hem over.

De man brengt haar naar zijn chef, een vrouw die onmiddellijk haar ongenoegen uit over haar komst en begint te schelden op de Franse immigratiedienst die haar zomaar ‘opzadelt’ met mensen als Helen. Ze zegt Helen dat ze niks voor haar kan betekenen. Helen, die goed Engels spreekt, gaat het gesprek aan met de politiemensen op het bureau. De meesten verstaan haar niet of niet goed.

Telkens opnieuw legt Helen uit dat ze in Frankrijk asiel wil aanvragen en opvang nodig heeft. Vooral het woord ‘opvang’ wordt geheel niet begrepen. Als Helen zich realiseert dat er iets volstrekt ‘mis’ dreigt te gaan, begint ze de politiemensen heimelijk te filmen.
‘Kamp? Wat bedoel je toch? Wij hebben hier geen kamp. Of wil je naar Calais?’ Vraagt een agent op één van de opnamen.
‘Wat is Calais?’ vraagt Helen op haar beurt.

Op straat

Helen probeert alles om met de politiefunctionarissen in gesprek te blijven, maar het lukt niet. Ze stellen niets voor haar te kunnen doen en laten haar aan haar lot over. Ze brengt de nacht door op het vliegveld en meldt zich de volgende dag opnieuw bij de balie van het politiekantoor. Er wordt haar weer gezegd dat ze haar niet kunnen helpen en duidelijk gemaakt dat ze zichzelf maar moet zien te redden.

Ze verlaat het vliegveld en brengt de nacht door op straat in de haar volstrekt onbekende stad. Ze heeft geen geld en niets om zich tegen de kou te beschermen. Overdag probeert ze contact te leggen met mensen op straat. Iedereen loop met een boog om haar heen. Ook de volgende nacht brengt ze gedwongen op straat door. Het is in die nacht dat ze wordt gespot door twee dronken mannen. Ze spreken haar aan en worden tegelijk handtastelijk. Ze verweert zich en valt, slaat met haar hoofd tegen de grond en is kort buiten kennis. Als ze weer bij komt is haar kleding gescheurd en realiseert ze zich dat ze is verkracht.

Terug naar Ter Apel

Over de daarop volgende uren vertelt Helen: ‘Ik was gewond, vervuild en heel erg overstuur. Ik huilde doorlopend en probeerde hulp te vragen aan vrouwen die ik op straat zag. Ik zag schrik en afkeer in de ogen van die vrouwen. Ze vluchtten voor me. Naar de politie gaan durfde ik niet. Ik was bang dat ze me in de gevangenis zouden zetten en ik heb sowieso angst voor mannen, vooral voor mannen in uniform.’

Ze gaat op zoek naar het station in de stad en denkt erover zelfmoord te plegen. Het is haar geloof dat haar ervan weerhoudt zich voor een trein te werpen. Ze besluit zonder kaartje terug naar Nederland te reizen. Tweemaal wordt ze door een conducteur de trein uitgezet, maar na anderhalve dag is ze terug in Ter Apel. ‘Ik heb gelijk om een arts gevraagd. Ik was er slecht aan toe. Maar ze zeiden dat ik moest wachten want het was Pinksteren. Er was niemand die mijn verhaal kon horen en ook de medische dienst was gesloten.’

‘Probeer het te vergeten’

Pas tijdens haar intake gesprek, op de derde dag na haar terugkomst, als ze doorlopend huilend om een dokter blijft vragen, krijgt ze een arts te zien.

‘Ik vertelde hem wat er met me was gebeurd en vroeg om een HIV-test. Ik had het gevoel dat hij me niet geloofde. Hij zei dat een HIV-test nu geen zin had omdat een infectie pas veel later in het bloed valt aan te tonen. Verder zei hij dat hij alles heel naar voor me vond, maar dat hij verder ook niets kon veranderen aan wat er was gebeurd. Hij zei: ‘Probeer het te vergeten.’’

Helen krijgt kort na haar terugkomst in Ter Apel te horen dat ze toch weer terug naar Frankrijk moet. Haar advocaat tekent opnieuw protest aan en voegt als bewijs van de Franse tekortkomingen in de asielopvang ook de filmopnamen van Helen bij. Maar de rechter wijst opnieuw af met verwijzing naar het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’.

Eind juli 2016 komt Helen in contact met Amnesty International in Amsterdam. De mensenrechtenorganisatie vraagt haar dossier op, bekijkt de beelden op haar smartphone en vraagt de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) van het ministerie van Justitie hoe het kan dat een kwetsbare, alleenstaande vrouw na overdracht aan Frankrijk op straat belandt en slachtoffer wordt van verkrachting.

De terugkeerorganisatie belooft onderzoek en bevriest Helens zaak tot zij antwoorden heeft op de vragen van Amnesty.

Ernstige PTSS

Een onafhankelijk medisch onderzoek van iMMO (instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek), aangevraagd door Amnesty International, wijst uit dat Helen lijdt aan alle symptomen van PTSS en dringend behoefte heeft aan een veilige, stabiele omgeving waarin zij traumatherapie kan krijgen. Daarnaast is specialistische hulp voor haar uitgebreide, pijnlijke littekens nodig.

De PTSS is veroorzaakt door de gebeurtenissen in Eritrea en ‘verhevigd door de recente gebeurtenissen in Frankrijk’. Zij heeft ‘ernstige slaapproblemen, nachtmerries, herbelevingen, concentratie- en geheugenproblematiek alsmede een sombere stemming met zelfmoord gedachten. (…) De dreigende (her)uitzetting brengt dermate veel stress teweeg dat de PTSS-symptomen verergeren en er sprake is van forse psychopathologie. De psychische klachten gaan gepaard met somatische klachten in de vorm van hoofdpijn, pijn op de borst en moeilijk ademhalen.’

In oktober stuurt de DT&V Amnesty antwoord op de vragen: DT&V somt op wat het Dublin-protocol voorschrijft, wat de organisatie heeft gedaan en stelt dat de overdracht aan Frankrijk volgens de boekjes –en dus correct is verlopen. ‘Wat betreft de gebeurtenissen in Frankrijk wordt mevrouw aangeraden zich te wenden tot de Franse autoriteiten.’

Brief aan de Staatssecretaris

Een hernieuwde overdracht van Helen aan Frankrijk wordt gepland op 10 november 2016. Aparte garanties dat zij deze keer opvang zal krijgen in Frankrijk kan Nederland niet geven. Het is immers aan de Fransen te handelen volgens het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’.

Amnesty directeur Eduard Nazarski schrijft een brief aan staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Justitie en vraag hem Helen toe te staan haar asielprocedure in Nederland te laten verlopen, gezien haar medische situatie en gezien wat haar in maart in Frankrijk is overkomen.

Antwoord van de Staatssecretaris op de brief van Nazarski is er nog niet op de avond vóór 10 november als Helen haar ‘Fit to Fly’ onderzoek moet ondergaan. Een derde herhaald asielverzoek op grond van medische gegevens is die dag door de IND telefonisch afgedaan en het hoger beroep nog dezelfde dag door de rechter opnieuw op grond van het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’ afgewezen.

Helen ontvlucht in paniek het AZC waar zij verblijft. De boodschap ’s avonds laat dat DT&V haar vlucht heeft geannuleerd omdat het antwoord van de staatssecretaris op het verzoek van Amnesty nog niet binnen is bereikt haar niet meer. Een dag daarna verklaart DT&V haar ‘M.O.B.’: ‘Met Onbekende Bestemming’ vertrokken.

Op 11 november komt het antwoord van staatssecretaris Dijkhoff alsnog. Hij wijst het verzoek van Amnesty af: ‘Bij de beoordeling van de situatie van mevrouw heb ik de door u genoemde medische omstandigheden nog eens zorgvuldig meegewogen. Daarbij ben ik evenwel tot de conclusie gekomen dat de door u geschetste medische problematiek onvoldoende onderscheidend is ten opzichte van andere in essentie gelijke dan wel vergelijkbare gevallen.’

Helen verblijft sinds haar vlucht zonder verblijfsrecht op een onbekende bestemming.

DIT WAS HET VERHAAL VAN HELEN.

Jaarlijks worden honderden mensen zoals zij door Nederland overgedragen aan andere Dublin-verdragspartners. Het INTERSTATELIJK VERTROUWENSPRINCIPE staat daarbij niet ter discussie.

Het verhaal van Helen -niet haar echte naam- is opgetekend in haar eigen woorden na bestudering van haar dossier en gesprekken met haar advocaten.

Wilt u haar verhaal delen? Doe dat dan hier.