Shape CopyShapecancelGroupGroup Copy

Rahima

Voor de derde maal heeft de IND haar asielaanvraag afgewezen. Hoe het verder moet met Rahima? “Ik krijg keer op keer slecht nieuws, maar ik weiger mijn hoop op te geven dat het op een dag goed zal komen. Dat ik eindelijk een plek krijg. Hier kan ik nog in vrijheid over straat lopen, in Somalië niet.”

Tekst: Somajeh Ghaeminia

(Amsterdam, november 2014)

WONEN IN DE HOOGOORDFLAT

Op 6 maart 2015 zal de rechter zich buigen over haar dossier waarin alles zo’n beetje bijeen is gebracht: ontworteling, rechteloosheid, geweld, angst, hoop, domme pech, afwijzing, afwijzing, afwijzing…

Rahima (39) heeft suikerziekte en last van lage bloeddruk. Stress verhevigt haar klachten, maar stress valt nu eenmaal niet uit haar leven te bannen. Evenmin overigens haar levenskracht, waardigheid en het vermogen moed te putten uit het goede dat haar geboden wordt.

Van klein geluk in haar leven is namelijk ook sprake. Rahima voegde zich in het voorjaar van 2014 bij de We Are Here groep en kwam terecht in de vrouwengroep Hoogoord. De flat in de Amsterdamse Bijlmer rust in opgeruimdheid. Het ruikt er naar bleekmiddel. Er is geen stofje te bekennen, alsof alle bagage die de bewoonsters met zich meedragen is opgelost in emmers met sop. In de woonkamer staan twee tv’s en een stereotoren. Op tafel een fruitschaal, bovenop een gezellig kleedje. Een winterzonnetje dringt door de gordijnen, met rood, oranje en gele banen. De tijd is weggepoetst.

WOORDVOERSTER

De vijfkamerflat wordt gehuurd door de Amsterdamse diaconie van het Leger des Heils en is de beste plek waar Rahima in haar zes Nederlandse jaren heeft mogen zijn, vertelt ze zittend op haar strak opgemaakte bed. Ze lacht een dankbare lach, soms een beetje zenuwachtig. En zegt vaak hoe blij ze is met de intensieve hulp die ze krijgt van de vrijwilligers rond de groep.

Ze woont samen met negen andere Afrikaanse vrouwen. Allemaal vroegen ze asiel in Nederland, maar werden afgewezen. Allemaal kampen ze met een chronische ziekte en met stress. Maar samen hebben ze het goed. Iedere week krijgen ze geld van Het Leger des Heils om boodschappen te doen. Ze nemen met groeiend zelfbewustzijn deel aan de manifestaties van We Are Here en gesprekken over de gewenste 24-uursopvang met de gemeenteraad. Want ze kunnen niet heel lang meer blijven in Hoogoord. Het huurcontract loopt over een paar maanden af. Rahima, die zich op eigen kracht de Engelse taal heeft machtig gemaakt, is één van de drie woordvoersters van de vrouwengroep.

DE EERSTE ONTWORTELING

Rahima werd geboren in Mogadishu. Haar ouders kwamen om bij een ongeluk toen ze vier jaar was. Ze was enig kind. ‘Toen ik tien was, verhuisde ik met mijn pleegvader en zijn gezin naar de Verenigde Arabische Emiraten. De man was een vriend van mijn vader, hij kwam ook uit Mogadishu. Het was een aardige man. Hij liet zijn kinderen Engelse tekenfilms kijken op tv. Dat was slim, vond hij: ‘Engels leren kan je helpen in de toekomst.’ Thuis praatten we Somalisch, daarbuiten Arabisch. Naar school gaan mocht ik niet van mijn pleegmoeder. Ik heb dus nooit leren lezen of schrijven. Zij was geen lieve vrouw. Ik was haar huisslaafje, haar schoonmaakster. En zodra ik volwassen was vond ze dat ik moest trouwen.’

TROUWEN

Ze trouwde op haar drieëntwintigste met een Somalische man die ook in de Emiraten woonde. ‘Het is daar gebruikelijk dat de vrouw wordt bijgeschreven op het paspoort van haar man. Eigen papieren had ik niet. Hij had die van mij.’

‘Geen enkele man is perfect’, stelt ze. ‘Maar deze man was jaloers om niets. Hij was heel gewelddadig. Ik maakte graag contact met iedereen. Ik praatte met mensen. Dat vond hij niets. Ik zei: als ik niet met anderen mag praten, hoe moet ik dan leven? Alleen opgesloten in huis? Nee, dat wilde ik niet. Hij dacht dat er mannen bij mij waren als hij aan het werk was. Maar het waren alleen vrouwen die ons huis binnenkwamen. Ik zei: als jij mij niet gelooft, waarom leef je dan met mij?’

ONVRUCHTBAAR EN VERSTOTEN

Rahima begint te huilen. Ze vertelt, zonder adem te halen: ‘We probeerden kinderen te krijgen maar dat lukte niet. Mijn man zei dat het aan mij lag. We probeerden ook via ivf zwanger te worden. Ook dat was geen succes. Na drie jaar meldde mijn man me dat zijn nieuwe vrouw bij ons in zou trekken. Ik was geschokt. Waarom had hij me niet eerder over die andere vrouw verteld?
Ze kreeg een aparte kamer. Op een dag was ik ontbijt aan het maken in de keuken. Zij kookte water. Ineens zag ik het kokende water mijn kant opkomen, ze goot het over mijn handen. Ik denk dat ze jaloers op me was.’

Rahima trekt haar mouw op en laat de littekens en verkleuringen op haar polsen zien. ‘Ik belde de buren. Zij brachten me naar het ziekenhuis. Daar hield ik mijn mond dicht, het was te pijnlijk om iets over te zeggen.
‘Later vertelde ik mijn man wat er gebeurd was maar hij geloofde mij niet. ‘Het is je eigen schuld’, zei hij. Ik denk wel dat hij van mij gehouden heeft, in het begin. Maar als je als vrouw geen kinderen kan krijgen, houdt geen enkele man meer van je.’

"Ineens zag ik het kokende water mijn kant opkomen, ze goot het over mijn handen. Ik denk dat ze jaloers op me was."

OP DE VLUCHT

‘De nieuwe vrouw en mijn man bleven mij vernederen en mishandelen. Op een dag werd het me teveel, ik vluchtte van huis weg, naar een vriendin. Daar kon ik blijven want naar de politie gaan had geen zin omdat ik illegaal was in de Emiraten. Om ook iets bij te dragen aan het eten, ging ik twee of drie uur per dag schoonmaken bij mensen zodat ik wat geld verdiende. Op een dag werd ik onderweg naar mijn werk aangehouden door de politie. Ze vroegen me naar mijn papieren. ‘Die heb ik niet’, zei ik. Ze namen me mee naar het politiebureau. Daar vroegen ze naar mijn man. Ik vertelde waar hij woonde. Ze belden hem en zeiden: ‘Je vrouw is hier.’
‘Ze is mijn vrouw niet’, antwoordde hij.
Als je man zegt dat hij je niet kent, hoe kun je in een Arabisch land dan je identiteit aantonen? Je hebt geen eigen bezittingen. Alles is van je man. Ook je identiteitspapieren.
‘De politie zei: ‘We moeten je terugsturen naar Somalië’. Ik was heel bang. Ik leefde al twintig jaar in de Verenigde Arabische Emiraten, ik kende mijn land niet meer. Maar regels zijn regels. Illegalen mogen niet in de Emiraten blijven. Ik werd in detentie genomen om uitgezet te worden.’

TERUG IN MOGADISHU

Op het vliegveld ontmoette Rahima Somaliërs die vanuit Saoedi Arabië via de Emiraten naar Somalië reisden. Ze boden aan haar te helpen en brachten haar in contact met een kennis van haar vader in Mogadishu: ‘Hij zei: ik zorg voor jou als voor een eigen dochter zodat je veilig bent.’
‘Ik was na twintig jaar terug in Somalië. Vanuit de taxi keek ik naar wat ooit mijn land was. Het was veranderd. Het was onveilig, er was oorlog. In Mogadishu waar ik bij de kennis van mijn vader verbleef, kwam telkens een man aan de deur die mij opeiste. Hij beweerde dat hij mijn vader had gekend en ‘recht op me had’. Maar ‘mijn oom’ wilde mij niet meegeven. Hij zei steeds: je mag mij doden, maar dit meisje krijg je niet. Ik bescherm haar. Ze is een wees.’

NAAR NEDERLAND

Uiteindelijk regelde hij iemand die mij naar het buitenland kon brengen, zoals ze dat deden met veel Somaliërs. Uit angst voor Al Shabaab. Die nemen meisjes en vrouwen mee en doen vreselijke dingen met ze.
In de nacht namen ze me mee naar het vliegveld, in het geheim. Niemand mocht het weten. Ik had geen geld, maar dat was geen probleem. Een man daar gaf me een vals paspoort en zei: je gaat naar Londen. Iedereen uit Somalië wilde naar Londen. Het maakte me niet uit dat het een vals paspoort was, ik zocht veiligheid. Het vliegtuig landde op Schiphol.’

SOMALISCHE OF NIET

Op 3 maart 2009 meldt Rahima zich bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND). Op 18 mei start haar asielprocedure.
De IND stelt vraagtekens bij haar claim dat ze uit Mogadishu komt. Ze wordt onderworpen aan een taalanalyse waarin wordt gezegd dat haar accent dat van het ‘veilige’ Noord-Somalië is. De IND vindt het zelfs niet aannemelijk dat ze überhaupt uit Somalië komt. Het gegeven dat ze op haar tiende uit haar land vertrok, wordt terzijde geschoven.

Na veel speurwerk lukt het Rahima, via een stiefbroer in de Emiraten, haar geboorteakte boven water te krijgen. Deze wordt na onderzoek door het Bureau Documenten van de IND als authentiek beoordeeld. Ze doet een herhaald asielverzoek. Maar ditmaal wordt er gesteld dat ze het document al tijdens haar eerste asielaanvraag had kunnen en moeten overhandigen. Er is daarom geen sprake van een ‘nova’ ofwel ‘nieuw feit’ . De IND wijst opnieuw af.

AZC

In het asielzoekerscentrum voelde Rahima zich geliefd. Ze tolkte tijdens enkele bevallingen van Somalische vrouwen. ‘De artsen en het COA-personeel waren heel aardig voor mij. Ze hadden moeite mij eruit te zetten. Maar het moest.’

TENTENKAMP

Rahima verliest haar recht op opvang in een AZC en komt op straat terecht. In mei 2012 zet een groep afgewezen asielzoekers een tentenkamp op naast het terrein van het opvangcentrum in het Groningse Ter Apel. Ze doen dit uit protest tegen het beleid van Nederland dat afgewezen asielzoekers uitsluit van elke vorm van opvang of ondersteuning. Rahima sluit zich bij hen aan. Onder mediadruk biedt toenmalig minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel) hen na enkele weken sobere opvang aan in een asielzoekerscentrum in Burgum.

Ze voert vele gesprekken met de DT&V (Dienst Terugkeer en Gesprek) die wil dat ze tekent voor ‘vrijwillige’ terugkeer naar Somalië. ‘Vrijwillig’ omdat Somalië niet meewerkt aan gedwongen uitzettingen en de DT&V mensen dus op geen andere wijze kan laten terugkeren naar dat land. Maar Rahina weigert te tekenen. Emotioneel stelt ze: ‘Natuurlijk zou ik teruggaan naar mijn land als mijn land veilig was. Maar Somalië is niet veilig. Zeker niet voor mensen zoals ik die enkele jaren in het westen hebben doorgebracht. Al Shabaab is nog altijd overal en Al Shabaab kent geen pardon. Het is niet voor niets dat alleenstaande Somalische vrouwen in Nederland recht op bescherming wordt toegekend.’

"Somalië is niet veilig. Al Shabaab is nog altijd overal en Al Shabaab kent geen pardon."

TERUG OP STRAAT

Omdat ze ‘niet meewerkt’ belandt ze begin 2014 opnieuw op straat. Intussen is in Amsterdam de We Are Here beweging actief, voortgekomen uit dat eerste tentenkamp in Ter Apel in 2012. De groep bestaat op dat moment uit zo’n 120 mannen en vrouwen die in een ‘pilot project’ van de gemeente Amsterdam in het voormalige Huis van Bewaring aan de Havenstraat ‘aan hun toekomst werken’. En een –almaar groeiende—groep van zo’n 80 –alleen maar– mannen in de aftandse ‘Vluchtgarage’ in Amsterdam Zuid-Oost.
De gemeente Amsterdam staat niet toe dat zich nieuwe mensen aansluiten bij het ‘Vluchthaven-project’. En in de Vluchtgarage, daar is vriend en vijand het over eens, ‘kunnen vrouwen niet wonen’: te onveilig. Omdat zich daar toch bijna wekelijks wanhopige, uitgeprocedeerde vrouwen melden, besluit een groepje vrijwilligers, gesteund door de protestantse diaconie in Amsterdam, vrouwen en zieke mannen op te gaan vangen in verschillende huurhuizen.
Rahima woont enige tijd in aan de Amstelveenseweg, in de buurt van de Vluchthaven en verhuist in juni naar Hoogoord, hemelsbreed niet zo ver van de Vluchtgarage.

NOG EEN KEER….

Met steun van de vrijwilligers vindt Rahima na enige tijd toch weer moed en energie om nog een keer te proberen een weg te zoeken uit haar uitzichtloze situatie. Bijna veertig is ze nu, maar –als ze het zichzelf toestaat– is het nog niet te laat om te dromen van een ander leven: Ze wil leren lezen en schrijven, een opleiding tot tolk volgen of vrouwen helpen die moeten bevallen. Een ‘normaal’ leven leiden, zoals andere vrouwen hier in Nederland.
Rahima brengt twee maal een bezoek aan de Somalische ambassade in Brussel, sinds april 2014 ook geaccrediteerd voor Nederland. De Somalische ambassade bevestigt haar Somalische nationaliteit. In december 2014 stelt de DT&V dat de IND ten onrechte de geldigheid van door deze ambassade afgegeven documenten in sommige zaken betwist.

Met nieuwe bewijzen, die zij aantoonbaar niet eerder heeft kunnen overleggen, dient Rahima nog een keer een herhaald asielverzoek in. En krijgt op 25 januari 2015 opnieuw een afwijzing van de IND.

De Dienst blijft van mening dat zij haar Somalische afkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, herhaalt dat het resultaat van de taalanalyse, waarbij wordt gesteld dat zij de Somalische taal niet spreekt op de wijze waarop die in Mogadishu wordt gesproken ‘in rechte vast staat’. Kortom: nog steeds is Rahima geen ‘Somalische vrouw’ die op basis van het feit dat zij ‘alleenstaand’ is aanspraak kan maken op bescherming. ‘Verwesterd’ is zij volgens de IND evenmin. Ze spreekt immers nog steeds geen Nederlands en ‘neemt geen deel aan de Nederlandse samenleving.’

Op 6 maart buigt de rechter zich over haar verleden en toekomst…

Naschrift

Op 13 maart 2015 heeft de rechter negatief beslist op het beroep dat Rahima instelde tegen de beslissing van de IND op haar herhaalde asielaanvraag. In het beroepschrift dat de advocaat indient voert zij aan dat het asielrelaas van Rahima nooit integraal en inhoudelijk is beoordeeld. Zij nooit is beoordeeld als alleenstaande Somalische vrouw en dat de stad Mogadishu ten onrechte wordt benoemd als een veilige stad om naar terug te keren.

Op 23 juli 2015 wordt ook in hoger beroep negatief over haar zaak beslist. Als belangrijkste grond voert de rechter aan dat zij met haar nationalteitsverklaring en geboorteverklaring niet heeft aangetoond dat zij voor haar komst naar Nederland in Mogadishu verbleef.

Rahima is opnieuw uitgeprocedeerd.

Op 1 november 2015 moesten de vrouwen definitief hun appartement in Hoogoord verlaten.
Rahima woont in april 2017 nog steeds met andere vrouwen in wisselende panden in Amsterdam.

DIT WAS HET VERHAAL VAN RAHIMA
ZOALS RAHIMA LEVEN ER IN NEDERLAND NOG VELE AFGEWEZEN ASIELZOEKERS

Het verhaal van Rahima is opgetekend in haar eigen woorden na bestudering van haar immigratiedossier, gesprekken met haar advocaat en gedegen onderzoek naar haar achtergrond.

Wil jij haar verhaal delen? Doe dat dan hier.