Shape CopyShapecancelGroupGroup Copy

Hoe exploiteer ik mezelf?

Het is niet moeilijk om werk te vinden in Europa, zelfs niet als je geen papieren hebt. Je moet alleen wel bereid zijn tien tot twaalf uur per dag te werken, zeven dagen per week voor anderhalf tot vijf euro per uur. Je moet bereid zijn jezelf te vergeten en een slaaf te worden. Bereid en in staat, zowel fysiek als mentaal…

Ik heb in Polen gewerkt in een varkensslachterij, twaalf uur per dag. Ik kreeg daar een bed in een soort bunker op een fabrieksterrein, ver buiten de stad Gdansk. Ik moest de net gedode varkens naar een machine slepen waar ze in stukken werden gezaagd. Ik verdiende zeven zloty per uur, ofwel: één euro zesenzestig.

Het waren loodzware, gigantische varkens, groter dan ik ze ooit had gezien. Ze kwamen per lopende band op me af en stapelden zich op als ik een paar seconden mijn aandacht verloor. Vervolgens schreeuwde er een boze opzichter in mijn nek en moest de band worden stilgezet en was dat allemaal mijn schuld. Soms schoot een aardige Poolse vrouw me te hulp en greep een varken voor me weg, vlak voordat het op zijn voorganger zou botsen en de band weer zou moeten worden stilgelegd. Poolse vrouwen zijn zoveel sterker en stoerder dan jongemannen uit Zuid-India met intellectuele ambities…

Al meteen na mijn eerste werkdag probeerde ik mijn arbeider-broeders en zusters te verenigen met een verhaal over Karl Marx en Het Kapitaal. Ze voelden heel goed aan wat ik bedoelde, maar waren te moe om zich te organiseren. Ik was overigens niet de eerste, zeiden ze, die ze over Marx vertelde…

Het gebouw waar we verbleven was ontworpen, leek het, door een architect die wist dat er mensen moesten slapen die na hun werkdag zouden fantaseren over tunnels graven om aan hun volgende werkdag te ontkomen. Ik sliep op een kamer met drie andere Aziatische jongens. ‘Misschien kunnen jullie de muren een leuk kleurtje geven?’ Opperde mijn moeder nog toen ik haar vertelde over het grauwe beton waar we tegenaan staarden als we klaar waren met de varkens. Maar ik haalde mijn vijfde werkdag niet. Op de avond van de vierde, opende ik het raam, gooide mijn tas naar buiten en sprong de donkere nacht in. Het kon me niet schelen dat op dat moment weggaan betekende dat ik de hele nacht moest lopen om de bewoonde wereld te bereiken en ik vier dagen salaris liet liggen…

Ik had zesduizend euro betaald voor een Poolse werkvergunning, maar liet Polen voor wat het was en vloog naar Malta waar ik terecht kwam in een pluimveeslachterij. Ik werkte daar voor vier euro per uur, acht uur per dag, aan een transportband waarbij de koppen van de kippen werden afgehakt, hun veren afgebrand, hun lijven schoongespoeld, ze werden opengesneden en het vervolgens mijn taak was om de ingewanden eruit te halen.

Ik had gedacht dat met kippen werken een fluitje van een cent zou zijn na mijn ervaring met varkens, maar al snel verloor ik door het werk mijn eetlust. Hetzelfde overkwam mensen naast wie ik in de bus zat als ik van en naar mijn werk reed. De lucht die aan me kleefde was misselijkmakend en viel niet weg te wassen. Na vijftien dagen moest ik stoppen om mezelf te redden van de hongerdood. Ik kreeg slechts tien dagen uitbetaald omdat ik contractbreuk pleegde…

Mijn volgende baantje op Malta was drankjes serveren op feesten en partijen, twaalf uur non-stop. Ik moest met enkele collega’s als een pilaar bij de ingang staan met een groot blad met champagneglazen op de toppen van mijn vingers als de gasten arriveerden. En daarna aan de rand van de dansvloer. Terwijl iedereen lachte en danste, huilden wij van binnen. We hadden na zes uur recht op een pauze, maar daarvoor was het altijd te druk. Na elke werkdag waren onze lichamen gesloopt. Niets is zo pijnlijk als uren achter elkaar als een standbeeld staan met een dienblad op de toppen van je vingers. Eén keer nam ik tussendoor een paar slokken whisky om mijn pijn te verdoven. Ik werd gesnapt door de dochter van de baas en ontslagen. Achttien dagen van twaalf uur had ik voor hem gewerkt. Geen dag kreeg ik uitbetaald…

Ik kwam in Amsterdam terecht na een aantal Skype-sessies met een Facebook vriend. Hij vroeg me wat ik zocht in Europa. ‘Ik wil vrije mensen ontmoeten, nieuwe contacten leggen en een ommekeer in mijn leven bewerkstelligen,’ zei ik.
‘Dan is Amsterdam de stad van je dromen!’ zei hij.

Amsterdam zelf viel me niet tegen, maar fatsoenlijk werk vinden wel. Ik ontdekte dat zwartwerkers hier net zo worden uitgebuit als in Polen en Malta. Tegelijk is het leven in Amsterdam veel duurder en zijn baantjes veel moeilijker te vinden. Ik vroeg dagenlang overal rond en ondertussen verdampte het geld dat ik in Malta gespaard had.

Ik besloot dat als ik toch geen andere keus had dan me te laten exploiteren, ik al mijn principes overboord moest gooien en de schurk in mijn eigen verhaal worden. Ik zou een gangster worden: zakkenrollen, drugs dealen, mezelf en anderen prostitueren. Ik was er zo slecht aan toe, ik was bereid ALLES aan te pakken voor geld. ECHT geld!

Aangezien ik verbleef in een hostel op de Wallen, gingen mijn eerste gedachten uit naar een carrière in de seksindustrie. Op een steenworp afstand van waar ik verbleef, bevond zich het P.I.C., het Prostitutie Informatie Centrum, wellicht uniek in de wereld. Het is een plaats waar sekswerkers advies kunnen inwinnen over gezondheidskwesties, veiligheid, (te) veeleisende klanten, politie of belastingzaken. De meeste bezoekers zijn overigens toeristen die een ‘Red Light Tour’ willen maken en meer willen horen over de geschiedenis van de Wallen.

Ik hing zwetend van de zenuwen voor de deur rond tot er even geen toeristen binnen waren. De P.I.C. mensen vroegen hoe ze me konden helpen. Ik kwam zo slecht uit mijn woorden dat ze me aanboden om in het kantoortje achter even rustig te gaan zitten. In het kantoortje zaten drie mensen achter computers, type sociaal-werker. ‘Geneer je nergens voor,’ zeiden ze. ‘Je kunt vragen wat je wilt over seks of prostitutie. Daar zitten we hier voor.’

Ik trilde terwijl ik zei: ‘Ik wil graag weten hoe ik de prostitutie in kan. Ik wil een escort worden of stripdanser of ieder geval werk vinden in de seksindustrie.’
‘Een escort worden? Je bedoelt een gigolo? Waarom?’
‘Ik houd van seks.’
‘Je bedoelt dat je een groot libido hebt?’
‘Ja, dat bedoel ik,’ knikte ik. ‘En ik wil geld verdienen.’

Ze gingen met me in gesprek: ‘Weet je, sekswerk is bepaald niet voor iedereen de ideale baan. Ben je je daarvan bewust?’
‘Ja,’ zei ik. ‘Daar ben ik me van bewust. Maar ik ben erg op zoek naar werk.’
‘En eigenlijk is het ook niet ons werk om mensen aan werk te helpen. Wij zijn geen bemiddelingsbureau. We willen natuurlijk wel met je meedenken…’

Het einde van het verhaal was dat een van de dames die er werkte me vertelde over een goede vriend van haar, een Australiër, een zelfstandige, uiterst professionele sekswerker, die toevallig in Amsterdam op bezoek was.

Ik ontmoette hem de volgende dag. En op hetzelfde moment dat ik hem zag, wist ik dat het mij niet was gegeven om gigolo te worden. Hij was bloedstollend mooi, een kunstwerk bijna, en ook nog eens ongelooflijk charmant. Perfect lichaam, perfect gezicht, perfect gekapt…

‘Het is echt hard werken,’ zei hij, ‘maar als het je droombaan is en je echt heel erg van seks houdt, kun je misschien je eigen klantenkring creëren en kan ik je wel wat tips geven. Geef je vingers eens…?’ Hij inspecteerde me van top tot teen: ‘Mooie kleine handen! Perfect voor fisten! Je huidskleur is heel mooi; zowel witte als zwarte mannen vallen op bruin. Je bent tenger. Mooie lippen. Je hebt lekker veel haar op je lichaam. Heel veel mannen zullen op je geilen…’

Mijn zelfvertrouwen kwam terug met elk woord dat hij zei. Ik voelde me geweldig onder zijn blik: ‘Kan ik gelijk beginnen, denk je?’
‘Nee,’ zei hij. ‘Dit is geen goede tijd. Het is Kersttijd. Mensen hebben het druk nu met hun familie en de kerk. En Amsterdam is geen goede stad voor jou. Keulen, in Duitsland, is de beste plek om te beginnen als escort. Of je moet naar Australië gaan? Zou je naar Australië willen?’

Natuurlijk wilde ik naar Australië! Heel graag zelfs! Toen vroeg ik hoe hij mijn kansen bij vrouwen inschatte. ‘Vrouwen!’ zei hij. ‘Oeps…. Dat is heel moeilijk. De heteromarkt is zo ongelooflijk ingewikkeld! Daar heb je geld voor nodig, professionele foto’s, je moet een huis hebben waar je ze mee naar toe kan nemen. Je moet heel subtiel adverteren: het woord ‘seks’ helemaal niet laten vallen, alleen maar kleine hints geven…’ Hij ging eindeloos door met het opsommen van de nadelen van hetero-sekswerk: ‘Je moet echt bloedmooi zijn, mooie auto hebben, je perfect weten te bewegen in elk gezelschap waar zo’n vrouw je mee naar toe neemt…’

Hij tikte woord voor woord mijn droom om escort-boy te worden aan diggelen, maar op zo’n sympathieke manier dat ik tot op de dag van vandaag contact met hem heb op Facebook.

Als vanzelf schakelden mijn gedachten van seks naar drugs. Ik heb namelijk heel veel films gezien over cocaïne en Amsterdam. Blow, met Johnny Depp, is mijn favoriete drugsfilm. Hij gaat helemaal over jongens zoals ik en over wanneer en waarom slecht goed kan worden.
Ik bleef staan bij de man die altijd rondhangt net voorbij de hoek van het hostel waar ik logeerde, behangen met blingbling om aandacht van voorbijgangers te trekken. Hij lijkt trouwens niet op Johnny Depp. Hij glimlachte tegen me: ‘Wat zoek je?’

‘Wat heb je?’ vroeg ik.
‘Alles: weed, cocaïne, viagra, xtc?’
‘Cool,’ zei ik. ‘Ik denk er even over na. Kan ik je wat anders vragen?’
‘Wat?’ vroeg hij achterdochtig. ‘Ik heb niet echt tijd…’
‘Kun je rondkomen van wat je verdient?’
‘Rondkomen? Wat bedoel je?’ Hij lachte in zichzelf. ‘Ik kan er wat eten en sigaretten van kopen, meer niet. Rondkomen? Ik verdien twintig, vijfentwintig euro per dag…’

Ik sprak nog wat andere verkopers aan. ‘Mensen gaan liever naar een coffeeshop,’ legde iemand uit. ‘Die lui worden rijk. Wij niet. Zij verkopen legaal. Al die toeristen, man! Daar gaat zoveel in om, dat wil je niet weten…’
Ik realiseerde me dat Johnny Depp zijn business startte in een andere tijd, ergens in de jaren zeventig. Helaas voor mij, was ik in die tijd nog bij lange na niet geconcipieerd…

Wat laatste, moedeloze gedachten schonk ik aan het beroven van de toeristen in mijn hostel, het jatten van hun tassen, hun laptops, hun dure smartphones die ’s nachts lagen te laden. Ik hoefde ze alleen maar uit het stopcontact te trekken. Hartstikke simpel…

Alleen, ik kon het niet…

Waarom heeft iedereen me mijn leven lang verteld dat het moeilijk is om ‘goed’ te zijn?
‘Slecht’ zijn is zo veel moeilijker…

Hijasul